ECLI:NL:CRVB:2022:690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.R. Rottier
- S. Wijna
- G.A.J. van den Hurk
- Rechtspraak.nl
Herstel ondeugdelijke medische grondslag WIA-uitkeringsbesluit na deskundigenrapport
Betrokkene was werkzaam als garderobemedewerkster en meldde zich ziek met vermoeidheids- en gewrichtsklachten. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35% en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Betrokkene stelde meer beperkingen te hebben en bracht een brief van een bedrijfsarts in.
De rechtbank benoemde een revalidatiearts als deskundige, die concludeerde dat betrokkene meer beperkingen heeft door onder meer chronisch vermoeidheidssyndroom, hypermobiliteit, slaapstoornissen en een dysthyme stoornis. De rechtbank volgde dit oordeel en vernietigde het UWV-besluit.
In hoger beroep voerde het UWV aan dat het deskundigenrapport onvoldoende gemotiveerd was en dat de deskundige buiten zijn vakgebied trad. De Raad oordeelt dat het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent is, en dat de deskundige voldoende deskundig is om zijn oordeel te geven. Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met inachtneming van de beperkingen zoals vastgesteld door de deskundige.
De Raad geeft nog geen oordeel over de gevraagde schadevergoeding wegens termijnoverschrijding omdat het geding hiermee niet is afgesloten.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met inachtneming van het deskundigenrapport en de beperkingen van betrokkene.