ECLI:NL:CRVB:2023:272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het UWV omtrent haar WIA-uitkering. Het UWV stelde dat zij vanaf 10 april 2017 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering wegens volledige maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Betrokkene vorderde een IVA-uitkering omdat zij meende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat betrokkene geen duurzame beperkingen had en dat er nog behandelmogelijkheden waren die de belastbaarheid konden verbeteren. Betrokkene voerde aan dat deze conclusie onvoldoende was gemotiveerd en verwees naar eerdere behandelingen zonder resultaat.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had onderbouwd dat betrokkene geen recht had op een IVA-uitkering en dat de behandelmogelijkheden nog niet volledig waren benut. Het beroep van betrokkene tegen de gewijzigde beslissing op bezwaar werd ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn met 21 maanden was overschreden, waarbij een deel van de overschrijding voor rekening van de Staat kwam en een deel voor het UWV. Er werd een schadevergoeding van in totaal € 2.000,- toegekend, verdeeld tussen Staat en UWV. Tevens werden proceskosten toegewezen aan betrokkene tegen beide partijen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en zij krijgt een WGA-uitkering toegekend; schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.