ECLI:NL:CRVB:2022:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig postbezorger, heeft zich ziek gemeld met klachten aan het bewegingsapparaat en luchtwegen, waarna het UWV een Ziektewetuitkering toekende. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, waarbij de rechtbank het UWV-besluit bevestigde op basis van een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep herhaalt appellant zijn standpunten over zijn beperkingen, verwijzend naar medische stukken van longartsen en een cardioloog. De Raad concludeert dat deze stukken geen aanleiding geven het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te wijzigen. De medische beoordeling houdt rekening met reumatische klachten en extrinsieke allergische alveolitis, zonder dat een urenbeperking noodzakelijk is.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde overtuigend dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant, ook gelet op de beperkte urenomvang en de aard van de werkzaamheden. De Raad wijst het verzoek om benoeming van een onafhankelijk deskundige af, mede omdat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunt te onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.