ECLI:NL:CRVB:2022:700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkeringsbesluit ondanks geschil over CVS/ME-beperkingen
Appellante was tot juni 2012 werkzaam als commercieel medewerker en meldde zich in augustus 2015 ziek. Het UWV kende haar een WGA-vervolguitkering toe, aanvankelijk op basis van 35-45% arbeidsongeschiktheid, later verhoogd naar 45-55% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV haar beperkingen door CVS/ME onderschatte en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad benoemde verzekeringsarts Snels, die concludeerde dat appellante beperkingen heeft passend bij chronisch pijnsyndroom en fibromyalgie, maar dat een arbeidsduurbeperking op energetische gronden niet noodzakelijk was. De Raad volgde deze deskundige en verwierp de stellingen van appellante.
De Raad oordeelde dat het UWV-besluit op juiste gronden was genomen en dat de FML een juist beeld gaf van de beperkingen en mogelijkheden van appellante. Tevens werd vastgesteld dat het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat het niet tot benadeling leidde. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en werden proceskosten aan appellante toegewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WIA-uitkering op basis van 45-55% arbeidsongeschiktheid bevestigd.