ECLI:NL:CRVB:2022:714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig winkelmedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 18 oktober 2019 op basis van een verzekeringsarts die appellant geschikt achtte voor zijn laatst verrichte arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die het oordeel van de verzekeringsarts konden weerleggen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij minder belastbaar was dan aangenomen en dat de rapporten van de verzekeringsartsen niet objectief waren.
De Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank en de verzekeringsarts standhouden. De medische gegevens, inclusief die van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis, werden reeds betrokken bij de beoordeling. Er was geen ernstige psychopathologie vastgesteld, en het enkele feit dat de artsen in dienst zijn van het UWV vormt geen reden om hun oordeel in twijfel te trekken.
Ook het beroep op het equality of arms-beginsel faalde, omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij in een ongelijke positie verkeerde of belemmerd was in het overleggen van medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.