ECLI:NL:CRVB:2022:732
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht tevens om vrijstelling van het griffierecht vanwege haar financiële situatie als zelfstandige met schulden.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en overwogen dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat haar netto-inkomen op de uiterste betaaldatum van het griffierecht lager was dan 95% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande, noch dat zij niet beschikte over vermogen om het griffierecht te voldoen. De door appellante overgelegde stukken, waaronder een uitkeringsspecificatie, een verlies- en winstrekening en schuldoverzichten, boden geen objectieve onderbouwing van haar financiële situatie.
De Raad heeft ook geoordeeld dat bij de beoordeling van het beroep op vrijstelling rekening wordt gehouden met gelegde beslagen, maar niet met persoonlijke schulden zoals die aan haar ouders. De stellingen over hoge kosten als zelfstandige werden niet met voldoende bewijs ondersteund. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en het verzoek om vrijstelling afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter J.C. Boeree en griffier E.X.R. Yi op 24 maart 2022. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vrijstelling afgewezen.