ECLI:NL:CRVB:2022:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit bijschrijvingen en contante storting
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek geconfronteerd met bijschrijvingen en een contante storting op zijn bankrekening. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over de periode oktober 2018 tot mei 2019 en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Tevens legde het college een boete op wegens het niet melden van deze inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat de bijschrijvingen voornamelijk geldleningen van familie betroffen en dat het college had toegezegd dergelijke bedragen niet als inkomen te zullen aanmerken. De Raad oordeelde dat contante stortingen en bijschrijvingen van derden in principe als inkomen moeten worden beschouwd, ook wanneer zij van familieleden afkomstig zijn, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het om terugbetalingen ging.
De Raad bevestigde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door deze inkomsten niet te melden en dat het college daarom terecht de bijstand had herzien en het te veel betaalde bedrag had teruggevorderd. Ook was de opgelegde boete proportioneel en terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete worden bevestigd.