ECLI:NL:RBZWB:2023:4956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deelwijziging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen sinds 2017 een bijstandsuitkering die door de ISD werd ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet verstrekken van financiële gegevens, met name over crypto-accounts. De ISD stelde dat eisers de inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet overleggen van relevante bewijsstukken.
De rechtbank oordeelde dat eisers het verzuim niet binnen de gestelde termijn hadden hersteld en dat de ISD bevoegd was tot intrekking per 24 augustus 2021. Wel werd geoordeeld dat de ISD onvoldoende feitelijke grondslag had om de intrekking en terugvordering te baseren op de periode vóór 19 januari 2019, omdat concrete aanwijzingen voor crypto-transacties pas vanaf die datum aanwezig waren.
De terugvordering over de periode vanaf 19 januari 2019 tot 24 augustus 2021 werd bevestigd, ondanks het beroep van eisers op dringende redenen en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank vond dat deze omstandigheden onvoldoende waren om van terugvordering af te zien.
De beroepen werden daarom deels gegrond verklaard, de besluiten vernietigd voor het deel vóór 19 januari 2019, en de ISD werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd de ISD veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 22 juli 2017 tot 19 januari 2019 en bevestigt deze voor de periode daarna.