ECLI:NL:CRVB:2022:802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens drempelbedragbeleid
Appellant, een ontvanger van een ouderdomspensioen en een Duits pensioen, vroeg bijzondere bijstand aan voor tandartskosten van €1.059,07. Het dagelijks bestuur kende aanvankelijk €304,99 toe en verhoogde dit later tot €804,99, rekening houdend met een draagkracht, een voorliggende voorziening van €500,- en een drempelbedrag van €250,-.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het beleid van het dagelijks bestuur, waarbij een drempelbedrag van €250,- als eigen bijdrage wordt gehanteerd bij cumulatie van zorgkosten, als buitenwettelijk begunstigend beleid geldt en dat dit beleid consistent is toegepast.
De Raad benadrukte dat de Zorgverzekeringswet als toereikende voorliggende voorziening geldt voor tandartskosten, ook als niet alle kosten worden vergoed. Het beroep van appellant dat het drempelbedrag onredelijk is, werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor tandartskosten boven het drempelbedrag van €250,- wordt afgewezen.