ECLI:NL:CRVB:2013:BY9166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige implantaatbehandeling
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van een tandheelkundige behandeling, specifiek de plaatsing van een implantaat. Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel wees de aanvraag af op basis van een tandheelkundig advies waarin werd gesteld dat de gewenste behandeling niet noodzakelijk is en niet de goedkoopste adequate oplossing vormt.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Appellant voerde aan dat een frameprothese een belemmering vormt voor zijn beroepsuitoefening als zanger, wat bij een implantaat niet het geval zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt voor tandheelkundige kosten en dat bijzondere bijstand slechts kan worden verleend indien de behandeling noodzakelijk is en de goedkoopste adequate oplossing betreft. Het college hanteerde een buitenwettelijk begunstigend beleid dat op consistente wijze is toegepast.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor een tandheelkundig implantaat wordt afgewezen omdat de behandeling niet noodzakelijk is en niet de goedkoopste adequate oplossing vormt.