ECLI:NL:CRVB:2022:854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening disciplinaire ontslagzaak afgewezen wegens termijnoverschrijding
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van 4 mei 2017 waarin haar disciplinaire ontslag was bevestigd. Zij stelde dat zij in augustus 2018 ontdekte dat belangrijke e-mailberichten en een brief ontbraken in het dossier, wat tot een andere uitspraak had kunnen leiden.
De Raad beoordeelde dat het verzoek om herziening was ingediend op 9 maart 2021, ruim meer dan twee jaar nadat verzoekster bekend was geworden met de nieuwe feiten in augustus 2018. Dit overschrijdt de redelijke termijn van één jaar die geldt voor herzieningsverzoeken, behalve bij bestuurlijke boetes, wat hier niet het geval is.
De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening daarom onredelijk laat was ingediend en verklaarde het niet-ontvankelijk. Het verzoek om rectificatie van de uitspraak werd eveneens afgewezen. Verzoekster werd hiervan apart in kennis gesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; het verzoek om rectificatie wordt afgewezen.