ECLI:NL:CRVB:2017:1670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onjuiste belastingaangiften
Appellante was sinds 1989 in dienst van het Ministerie van Financiën en sinds 2010 werkzaam bij de Belastingdienst. Naar aanleiding van onregelmatigheden in haar belastingaangiften over 2012 en 2013 stelde de Belastingdienst een onderzoek in. De staatssecretaris legde haar daarop ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim, omdat zij onjuiste aangiften had gedaan en geen bewijsstukken kon overleggen voor opgevoerde aftrekposten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het indienen van onjuiste aangiften geen plichtsverzuim oplevert en dat zij niet op de hoogte was van de bewaarplicht van bewijsstukken. Ook wees zij naar haar dochter voor het niet opgeven van een deel van het spaartegoed. De Raad oordeelde echter dat appellante bekend had kunnen en moeten zijn met de bewaarplicht en dat zij zelf verantwoordelijk was voor haar aangifte.
De Raad verwierp het verweer dat het ontslag was gebaseerd op het weigeren vragen te beantwoorden en stelde dat de staatssecretaris hoge eisen mag stellen aan ambtenaren van de Belastingdienst, ook als zij geen fiscale functie bekleden. Het plichtsverzuim werd als ernstig tekortschieten in integer functioneren beoordeeld en de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag werd als proportioneel beschouwd.
Het hoger beroep slaagde niet en de Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onjuiste belastingaangiften.