Uitspraak
20.3391 PW-PV
BESLISSING
15 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3422.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om de intrekking van bijstand over de periode van juni 2018 tot en met augustus 2019 en de terugvordering van een bedrag van €8.137,26. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door haar gokactiviteiten niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellante erkende een gokstoornis en gaf aan in de relevante periode te hebben gegokt, maar hield geen administratie bij van haar gokinkomsten. De Raad benadrukte dat het melden van gokactiviteiten verplicht is omdat hieruit mogelijke inkomsten kunnen voortvloeien die van invloed zijn op het recht op bijstand.
Omdat appellante geen objectieve of verifieerbare gegevens kon overleggen over haar gokactiviteiten en opbrengsten, kon het college niet vaststellen of en in welke mate zij recht had op bijstand. Dit betekent niet dat er een verbod op gokken geldt, maar wel dat dergelijke activiteiten gemeld moeten worden. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens het niet melden van gokactiviteiten.