Uitspraak
21.1594 PW
21/128 PW wordt vandaag afzonderlijk uitspraak gedaan.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2016 bijzondere bijstand voor diverse medische kosten, waaronder cranio-sacrale therapie, pedicure en ureumzalf. Het college stelde de aanvragen van appellante voor bijzondere bijstand voor nota’s ingediend in maart en april 2020 buiten behandeling omdat zij niet de vereiste aanvraagformulieren had ingediend.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college handhaafde het buiten-behandeling-stellen. Later verleende het college alsnog bijzondere bijstand voor nota’s tot juli 2020 voor pedicure en tot begin 2021 voor andere kosten. Appellante stelde hoger beroep in tegen het buiten-behandeling-stellen van haar aanvragen.
De Raad oordeelde dat het procesbelang ontbrak omdat het college de nota’s waarvoor appellante vergoeding zocht, inmiddels had vergoed. Het beoogde doel van het hoger beroep was daarmee bereikt, zodat er geen belang meer was bij een inhoudelijke beoordeling. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.