Appellante, jarenlang werkzaam als ambtenaar bij de gemeente Heerlen, werd in 2016 aangehouden in een strafrechtelijk onderzoek naar harddrugshandel en witwassen. Het college verleende haar buitengewoon verlof en later schorsing met behoud van bezoldiging. Na ontvangst van het strafdossier en een gesprek met appellante besloot het college haar in 2017 strafontslag te verlenen wegens plichtsverzuim, gebaseerd op het voorhanden hebben van een vuurwapen en witwassen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat het college de onschuldpresumptie uit het EVRM had geschonden door schuld vast te stellen voordat de strafrechter dat deed. De Raad bevestigde dat het college zich in strafrechtelijke termen had uitgelaten over schuld, wat niet was toegestaan, en vernietigde het besluit voor zover het het strafontslag betrof.
Desondanks handhaafde de Raad het ontslag op grond van het feit dat appellante tijdens de huiszoeking een pistool verborgen had, wat plichtsverzuim opleverde. Het ontslag was niet onevenredig gezien de ernst van het verwijt en haar toegang tot gevoelige informatie. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante.