Appellante was sinds 2007 werkzaam als secretaresse bij een gemeentelijk bureau met toegang tot privacygevoelige gegevens. Tijdens een politie-inval in april 2016 bij haar partner verstopte zij een vuurwapen onder de kussens van een bank, waarna zij werd aangehouden. Het college verleende haar strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim.
Het Uwv weigerde vervolgens haar WW-uitkering toe te kennen wegens verwijtbare werkloosheid, gebaseerd op het verbergen van het vuurwapen en betrokkenheid bij witwassen. De rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel, waarbij het strafontslag en de processen-verbaal als bewijs dienden. Appellante voerde aan dat zij niet strafrechtelijk veroordeeld was en dat de onschuldpresumptie was geschonden.
De Raad oordeelt dat het Uwv terecht heeft geconcludeerd dat het verbergen van het vuurwapen een dringende reden voor ontslag is en dat appellante dit verwijt kan worden gemaakt. Wel vernietigt de Raad het besluit omdat het Uwv ten onrechte ook het witwassen als grondslag gebruikte, waarvoor appellante strafrechtelijk is vrijgesproken. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.