ECLI:NL:CRVB:2022:989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde bijschrijvingen en stortingen
Appellante ontvangt sinds juni 2018 bijstand op grond van de Participatiewet. Een onderzoek van de gemeente Rotterdam wees uit dat zij tussen oktober 2018 en september 2019 bijschrijvingen en stortingen op haar bankrekening ontving die niet waren gemeld. Het college herzag de bijstand en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat sommige bedragen bedoeld waren voor levensonderhoud of terugbetalingen van leningen aan haar nicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante deze stellingen, maar zonder nadere onderbouwing of bewijs.
De Raad gaf appellante via een regiebrief de mogelijkheid haar gronden toe te lichten en bewijs aan te leveren, maar zij reageerde niet inhoudelijk en maakte geen gebruik van het recht op een zitting. Hierdoor bleef onduidelijk welke bedragen volgens haar niet als inkomen moesten worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de stortingen en bijschrijvingen een terugkerend karakter hadden en konden worden aangewend voor noodzakelijke kosten, en dat het aan appellante was om aannemelijk te maken dat het geen inkomen betrof. Aangezien zij dat niet deed, bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt bevestigd.