Appellante vroeg bij de minister om bij de vaststelling van haar aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van haar vader, vanwege een ernstig en structureel conflict. De minister wees dit verzoek af, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was voldaan aan de wettelijke conflicteis.
In hoger beroep stelde appellante dat zij voldoende bewijs had geleverd van het conflict, onder meer door eigen verklaringen, die van haar moeder, Jeugdbescherming Overijssel en een uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De Raad concludeert dat er sinds lange tijd geen wezenlijke ouder-kindrelatie meer was en dat er voldoende bijkomende omstandigheden zijn die loskoppeling rechtvaardigen.
De Raad wijst op het belang van uitzonderlijke toepassing van loskoppeling en dat een fundamenteel en structureel verstoorde relatie alleen niet voldoende is zonder bijkomende omstandigheden zoals psychisch geweld en ernstige conflicten. De verklaringen en feiten, waaronder het gedrag van de vader, de rol van Jeugdzorg en het niet uitnodigen van appellante bij de crematie, ondersteunen het oordeel dat loskoppeling aangewezen is.
De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De minister moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen waarbij geen rekening wordt gehouden met het inkomen van de vader vanaf 1 september 2018.