ECLI:NL:CRVB:2023:1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit in zin Awb
Appellant maakte bezwaar tegen een brief van het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn waarin werd medegedeeld dat sinds 2015 een individuele voorziening voor jeugdhulp aan hem werd verstrekt. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant wel degelijk procesbelang had, omdat hij in de bezwaarprocedure had verzocht om vergoeding van de kosten van het bezwaar en dit verzoek was afgewezen.
De Raad bevestigde dat de brief feitelijke mededelingen bevatte en niet gericht was op rechtsgevolg, waardoor het geen besluit in de zin van de Awb was. Er was geen sprake van een nieuwe verstrekking of wijziging van de voorziening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 19 augustus 2019 is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen besluit is in de zin van de Awb.