Uitspraak
Opmerking vooraf
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante en haar minderjarige kinderen verbleven tijdelijk in crisisopvang na terugkeer uit het Verenigd Koninkrijk. Na verlenging van de crisisopvang tot februari 2020 werd haar bezwaar tegen het niet toelaten tot verdere opvang ongegrond verklaard door ROGplus, omdat zij in staat werd geacht zich zelfredzaam te handhaven.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel, waarbij werd vastgesteld dat het ontbreken van zelfstandige woonruimte het gevolg was van woningtekort en niet van onvoldoende zelfredzaamheid. Ook werd geen schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM, artikel 3 IVRK Pro of het Unierecht vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat ROGplus niet bevoegd was en dat onvoldoende onderzoek was gedaan. De Raad verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de juiste toetsingsmaatstaf was toegepast en dat voldoende onderzoek had plaatsgevonden.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor verdere opvang, dat geen positieve verplichting tot opvang uit het EVRM of IVRK voortvloeit en dat geen prejudiciële vragen over Unierecht nodig zijn. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om verdere opvang en schadevergoeding wordt afgewezen.