Uitspraak
21 2643 ZW
3 juni 2021, 20/2725 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1997 werkzaam bij DJI en meldde zich in februari 2019 ziek. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde in februari 2020 vast dat betrokkene meer dan 35% arbeidsongeschikt was, met een maatmanurenomvang van 18 uur per week. Betrokkene maakte bezwaar tegen de vaststelling van de eerste ziektedag en de maatmanurenomvang, stellende dat deze 36 uur bedroeg.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat het UWV een nieuwe beslissing moest nemen met een maatmanurenomvang van 36 uur. Het UWV ging in hoger beroep tegen dit oordeel. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de maatmanurenomvang geen invloed heeft op de hoogte van de Ziektewetuitkering en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De Raad verklaarde het beroep van betrokkene tegen het UWV-besluit ongegrond en zag geen aanleiding om inhoudelijk in te gaan op de maatmanurenomvang. Betrokkene had ook geen hoger beroep ingesteld tegen het oordeel over de eerste ziektedag. De Ziektewetuitkering was inmiddels beëindigd wegens herstel en betrokkene had nieuw werk gevonden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene tegen het UWV-besluit ongegrond.