ECLI:NL:CRVB:2023:1224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet toegenomen beperkingen
Appellant, voormalig fulltime bekleder van autostoelen, heeft meerdere keren een WIA-uitkering aangevraagd wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft steeds vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dat zijn beperkingen niet zijn toegenomen tot 28 juli 2016. Na diverse expertises en medische rapportages, waaronder van psychiaters en verzekeringsartsen, concludeerde het UWV dat appellant niet geschikt was voor maatgevende arbeid, maar dat zijn situatie niet was verslechterd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het oordeel van het UWV en de medische deskundigen volgde. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn psychosociale en fysieke klachten significant waren toegenomen, onderbouwd met een recent rapport van het Expertise Instituut. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische rapporten geen aanleiding gaven om de beperkingen van appellant hoger in te schatten.
De Raad concludeerde dat de gronden van appellant niet slaagden en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door E. Dijt op 28 juni 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beperkingen van appellant tot 28 juli 2016 niet zijn toegenomen en wijst het hoger beroep af.