Uitspraak
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling door de Raad
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de gemeente Groningen sinds 1984, meldde zich in 2016 ziek en werd vanaf 2019 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard. Het college verleende hem eervol ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid, maar weigerde een aanvullende uitkering en ontslagvergoeding toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, mede gelet op eerdere uitspraken van de Raad. Appellant voerde aan dat buitensporige werkomstandigheden en de wijze van behandeling door het college tot zijn arbeidsongeschiktheid hadden geleid, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad bevestigde dat de omstandigheden rondom het re-integratietraject en mediation niet als buitensporig kunnen worden aangemerkt. Tevens is volgens de Raad geen grondslag voor een ontslagvergoeding bij ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat de besluiten niet onrechtmatig zijn.
Het hoger beroep werd verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en appellant kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; appellant ontvangt geen aanvullende uitkering, ontslagvergoeding of schadevergoeding.