ECLI:NL:CRVB:2023:1316

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 juni 2023
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
22 / 1636 WMO15-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping besluit maatwerkvoorziening individuele begeleiding en toekenning persoonsgebonden budget

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 10 april 2018 waarbij de maatwerkvoorziening individuele begeleiding was herzien. Het college van burgemeester en wethouders van Waterland verklaarde het bezwaar ongegrond en baseerde dit op een onderzoek dat bestond uit het raadplegen van algemene informatie van het Nederlands Astmacentrum Davos (NAD) en het stellen van algemene vragen aan een medewerker van het NAD.

Appellant stelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en geen contact met hem had gezocht, wat volgens hem niet voldeed aan de uitspraak van de Raad van 7 april 2021. De Raad oordeelde dat het college inderdaad geen gedegen onderzoek had gedaan naar de concrete zorg die appellant in het NAD ontving en in hoeverre deze zorg aansloot bij zijn hulpvraag.

Omdat het college niet ter zitting was verschenen om nadere uitleg te geven, besloot de Raad zelf in de zaak te voorzien. Het besluit van 10 april 2018 werd herroepen voor zover het de maatwerkvoorziening individuele begeleiding betrof. De Raad bepaalde dat het persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding aan appellant moet worden verstrekt en uitbetaald.

Daarnaast werd het college veroordeeld in de kosten van appellant, begroot op €1.194,- in bezwaar en €1.674,- in beroep, en werd het betaalde griffierecht van €50,- aan appellant vergoed.

Uitkomst: Het besluit van 10 april 2018 wordt herroepen en het persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding wordt aan appellant verstrekt en uitbetaald.

Uitspraak

22.1636 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Waterland van 22 april 2022
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Waterland (college)
Datum uitspraak: 27 juni 2023
Zitting hebben: D. Hardonk-Prins, D.S. de Vries en N.R. Docter
Griffier: S.S. Blok
Ter zitting zijn verschenen: [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door mr. R.S. Pot, advocaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het beroep tegen het besluit van 22 april 2022 gegrond en vernietigt dit besluit;
  • herroept het besluit van 10 april 2018 voor zover daarbij de maatwerkvoorziening begeleiding individueel is herzien;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
  • veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.868,-;
  • bepaalt dat het college aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Voor een weergave van de eerdere feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 7 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:758. De Raad volstaat hier met de volgende feiten en omstandigheden.
2. Het college heeft bij het bestreden besluit het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 april 2018 opnieuw ongegrond verklaard. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van 7 april 2021 onderzoek is gedaan naar de begeleiding tijdens het verblijf van appellant in het Nederlands Astmacentrum Davos (NAD). Dit onderzoek heeft onder andere bestaan uit het bestuderen van algemene informatie op de website van het NAD en het opvragen van antwoorden van een medewerker van het NAD op algemene vragen over de behandeling in het NAD. Hieruit is gebleken dat vanuit het NAD invulling werd gegeven aan vrijwel alle begeleidingsdoelen waarvoor de maatwerkvoorziening individuele begeleiding is verstrekt. Aan een deel van de begeleidingsdoelen kon alleen worden gewerkt vanuit de thuissituatie.
3. Appellant heeft hiertegen aangevoerd dat het college geen gedegen onderzoek heeft verricht. Het college heeft ten onrechte geen contact gezocht met appellant. Deze wijze van informatiewinning is onvoldoende. Het college heeft hiermee niet voldaan aan de uitspraak van de Raad.
4. De beroepsgrond dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht slaagt. Uit het procesdossier volgt namelijk dat het college nog altijd geen onderzoek heeft gedaan naar de inhoud en omvang van de bij of krachtens de Zorgverzekeringswet concreet aan appellant geboden zorg in het NAD en in hoeverre deze zorg voorziet in zijn hulpvraag. Het college heeft volstaan met het stellen van algemene vragen aan het NAD. Ondanks een oproeping is het college niet ter zitting verschenen om uitleg te geven. De Raad maakt gelet hierop de gevolgtrekkingen die hem geraden voorkomen en zal het college niet opnieuw in de gelegenheid stellen een onderzoek te verrichten. Daarom ziet de Raad aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 10 april 2018 te herroepen voor zover daarbij de maatwerkvoorziening begeleiding individueel is herzien. Dit betekent dat het persoonsgebonden budget voor begeleiding individueel moet worden verstrekt en uitbetaald aan appellant.
5. Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 1.194,- in bezwaar en op € 1.674,- in beroep voor verleende rechtsbijstand.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) S.S. Blok (getekend) D. Hardonk-Prins
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep