ECLI:NL:CRVB:2023:1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag wegens onvoldoende zorgscore
Appellante heeft op 21 april 2020 een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter, die lijdt aan een stofwisselingsziekte, een emotieregulatiestoornis en een harttransplantatie uit 2013. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af op basis van het Beoordelingskader BUK 2016 en medische adviezen van het CIZ, waarbij de zorgscore op de peildatum 1 juli 2020 op nul punten werd vastgesteld, terwijl minimaal drie punten vereist zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen concrete aanwijzingen waren om te twijfelen aan de juistheid van de CIZ-adviezen en de toegekende scores. Hoewel de dochter extra zorg nodig heeft, was er onvoldoende onderbouwing voor een hogere zorgscore. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in die dit zou kunnen veranderen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten over de intensieve zorgbehoefte van haar dochter en stelde dat aanvullende informatie bij specialisten had moeten worden opgevraagd. De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden wijzigen. De Raad onderschreef het oordeel dat de Svb zich terecht op de CIZ-adviezen heeft gebaseerd en bevestigde de afwijzing van de dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2020.
De Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en deed de uitspraak in het openbaar op 11 juli 2023.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag is terecht afgewezen vanaf het derde kwartaal 2020.