ECLI:NL:CRVB:2023:135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor terugvordering alleenstaande ouderkop
Appellant ontving vanaf 2016 bijstand en kreeg ten onrechte de alleenstaande ouderkop (ALO-kop) uitgekeerd terwijl hij gehuwd was. De Belastingdienst vorderde daarom een bedrag van €882,- terug over 2016 en 2017. Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de aflossing van deze schuld, maar het college wees dit af omdat bijstand voor schulden is uitgesloten volgens artikel 13 PW Pro.
Het college hanteert een buitenwettelijk begunstigend beleid waarbij bijzondere bijstand kan worden verleend als de belastingschuld tot problemen heeft geleid, bijvoorbeeld doordat geen aflossingsregeling kon worden getroffen. Appellant kon echter niet aantonen dat de schuld werd geïnd of dat hij daardoor in financiële problemen was gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het niet relevant is of appellant duurzaam gescheiden leefde, maar dat het ontbreken van bewijs voor problemen door de schuld doorslaggevend is. Appellant heeft geen stukken overgelegd om het beleid toe te passen.
Het hoger beroep slaagt niet en de afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de aflossing van de belastingschuld wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.