ECLI:NL:CRVB:2023:1377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bijschrijvingen
Appellanten ontvingen bijstand en hadden in de periode van 1 februari 2019 tot en met 31 oktober 2019 bijschrijvingen van derden op hun bankrekening die zij niet hebben gemeld aan het college. Het college heeft op basis hiervan de bijstand herzien en teruggevorderd, en een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had het beroep tegen de terugvordering deels gegrond verklaard en de hoogte van de terugvordering aangepast, maar de boete gehandhaafd. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het beroep ongegrond verklaarde.
De Raad oordeelde dat de bijschrijvingen terecht als inkomen zijn aangemerkt, omdat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij deze bedragen niet vrij konden besteden of dat het om leningen ging die waren uitgezonderd van het middelenbegrip. Ook was de inlichtingenplicht geschonden omdat de meldingen niet concreet en specifiek waren.
Verder was de boete terecht opgelegd, waarbij het college uitging van normale verwijtbaarheid en recidive. De omstandigheden rondom het faillissement van appellanten leidden niet tot vermindering van de boete. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees de bezwaren van appellanten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering van bijstand en de opgelegde boete wegens niet gemelde bijschrijvingen.