ECLI:NL:CRVB:2023:1453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij afwijzing warmtetoeslag
Appellante had een aanvraag ingediend voor een warmtetoeslag voor verwarmingskosten over de periode van 20 mei 2019 tot en met 19 mei 2020, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen omdat geen sprake was van meerkosten. Na bezwaar en beroep werd deze afwijzing door de rechtbank bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat het college onterecht de jaarrekening over een voorafgaande periode als maatstaf had genomen.
De Raad beantwoordde ambtshalve de vraag of appellante voldoende procesbelang had bij de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Partijen waren het erover eens dat een inhoudelijk oordeel niet zou leiden tot het alsnog ontvangen van een toeslag voor de betreffende periode. Appellante voerde aan dat zij een principieel belang had bij een uitspraak over het beleid van het college.
De Raad oordeelde dat een louter principieel belang onvoldoende is voor procesbelang en dat de Raad reeds in een eerdere uitspraak van 6 juni 2023 had geoordeeld dat het beleid van het college geen deugdelijke grondslag bood. Een bevestiging daarvan zou geen toegevoegde waarde hebben voor toekomstige aanvragen. Ook een oordeel over toekomstig beleid is op dit moment niet mogelijk.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskostenvergoeding en griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.