ECLI:NL:CRVB:2023:1459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M. ter Brugge
- J.E. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld vermogen in woning Marokko
Appellant ontving bijstand over meerdere periodes, maar het college trok deze bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet had gemeld dat hij beschikte over een woning in Marokko met een waarde van circa € 68.660,-. Onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank en de Attaché Sociale Zaken te Rabat toonde aan dat appellant eigenaar was van deze woning gedurende de te beoordelen periodes. Verklaringen van familieleden, lokale autoriteiten en buren ondersteunden dit, ondanks dat appellant stelde dat de woning was geschonken aan zijn kinderen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de verklaringen van de betrokkenen en het onderzoek voldoende grondslag bieden voor het standpunt van het college. Ook is vastgesteld dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, aangezien appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor hem heeft.
De Raad benadrukt dat de financiële situatie van appellant, waaronder het ontbreken van inkomen en het niet opnieuw verlenen van een AIO-aanvulling, niet relevant is voor deze procedure. Het hoger beroep wordt afgewezen, de intrekking en terugvordering blijven in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld vermogen in een woning in Marokko worden bevestigd.