ECLI:NL:CRVB:2023:1476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen Wazo-uitkering met beperkte terugwerkende kracht
Appellante, werkzaam als meewerkend partner, diende een aanvraag in voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering (Wazo) op grond van de Wet Wazo/ZEZ. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af wegens ontbrekende gegevens, maar kende vervolgens alsnog een uitkering toe met ingang van 7 juli 2019, vanwege de wettelijke beperking van terugwerkende kracht tot één jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar van het UWV ongegrond en oordeelde dat het afwijzende besluit was komen te vervallen door het toekennende besluit. Er was geen financieel nadeel of sprake van een bezwarend besluit, zodat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel niet van toepassing was. Ook vond de rechtbank geen bijzondere omstandigheden voor een ruimere terugwerkende kracht.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, waaronder het bezwaar tegen het nemen van twee besluiten op één aanvraag en het beroep op het verdedigingsbeginsel. De Raad onderschreef de rechtbank en bevestigde dat de procedure en inhoudelijke beoordeling rechtmatig waren. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.