ECLI:NL:CRVB:2023:1500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstelbesluit over toegenomen arbeidsongeschiktheid en Wajong-uitkering
Appellante heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV steeds haar verzoeken heeft afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid of het ontbreken van nieuwe feiten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het onderzoek van het UWV als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellante dat haar arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag was toegenomen, hetgeen het UWV ten onrechte niet had meegewogen. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die ernstige beperkingen vaststelde die reeds voor haar achttiende levensjaar aanwezig waren en na haar achttiende verder waren toegenomen.
De Raad volgde het deskundigenrapport en concludeerde dat het bestreden besluit een ontoereikende medische grondslag heeft. Daarom werd het UWV opgedragen het besluit te herstellen door de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen en opnieuw te beoordelen of appellante alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt binnen de vijfjarige termijn na haar achttiende verjaardag.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling bij Wajong-aanvragen en bevestigt dat het UWV verplicht is om ook latere toename van beperkingen mee te wegen bij de beoordeling van aanspraken op een Wajong-uitkering.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de medische beoordeling aan te passen en opnieuw te beoordelen of appellante alsnog recht heeft op een Wajong-uitkering.