Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
.Vanwege zijn medische klachten wil appellant in aanmerking komen voor zorg op grond van de Wlz.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met diverse medische klachten waaronder gedeeltelijke verlamming en polyneuropathie, vroeg zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek van het CIZ onvoldoende zorgvuldig was en dat er geen aanvullend onderzoek was gedaan naar zijn psychische en cognitieve problematiek. Tevens verzocht hij om benoeming van een deskundige. De Raad liet nieuwe medische stukken buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het CIZ zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij medisch advies en rapportages waren betrokken. Er was geen objectieve medische onderbouwing voor cognitieve klachten die het onvermogen tot alarmeren rechtvaardigen. Het CIZ hoefde geen aanvullend onderzoek te doen en benoeming van een deskundige was niet nodig.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant krijgt geen aanspraak op Wlz-zorg en geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de Wlz-aanvraag wordt bevestigd wegens het ontbreken van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg.