Uitspraak
21.3451 WSF
OVERWEGINGEN
.Bij besluit van 10 april 2020 heeft de minister dit verzoek met ingang van 1 april 2018 toegewezen.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht om loskoppeling van het inkomen van haar vader bij de vaststelling van haar aanvullende studiefinanciering over de periode juli 2014 tot en met juli 2017. De minister wees dit verzoek af met terugwerkende kracht vóór 1 april 2018, conform de regelgeving die maximaal twee jaar terugwerkende kracht toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees de toepassing van de hardheidsclausule af. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder een licht verstandelijke beperking en vermeende onjuiste voorlichting door DUO, aanleiding gaven voor een ruimere toepassing van de hardheidsclausule.
De Raad oordeelde dat de regelgeving dwingend is en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden een afwijking rechtvaardigen. De Raad vond dat appellante tijdig op de hoogte was van de mogelijkheid tot loskoppeling en dat de complexiteit van de aanvraagprocedure geen rol speelde. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om loskoppeling met terugwerkende kracht vóór 1 april 2018 wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.