ECLI:NL:CRVB:2025:999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om loskoppeling studiefinanciering met terugwerkende kracht
Appellante had een aanvullende beurs ontvangen voor haar hbo-opleiding en verzocht om loskoppeling van het inkomen van haar vader bij de vaststelling van deze beurs. Na een eerste verzoek met terugwerkende kracht van maximaal twee jaar, dat werd toegewezen voor de periode 1 oktober 2019 tot 31 juli 2021, diende zij een tweede verzoek in voor een langere periode vanaf september 2017. Dit tweede verzoek werd door de minister afgewezen omdat de maximale terugwerkende kracht reeds was verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Raad bevestigt dit oordeel. Appellante stelde dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was vanwege onwetendheid over de regeling en psychische klachten, maar de Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een verdere terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat de termijn van twee jaar bewust als uitzondering is gekozen door de wetgever en dat onbekendheid met de regeling geen reden is voor afwijking. Medische informatie toonde aan dat psychische klachten geen belemmering vormden voor tijdige aanvraag. De Raad concludeert dat de minister terecht het verzoek heeft afgewezen en bevestigt de eerdere uitspraak zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om loskoppeling met terugwerkende kracht over de periode 2017-2019 wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.