Appellante ontving vanaf december 2013 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde en trouwde in 2018. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontving in augustus 2018 een melding van het huwelijk, maar ondernam pas actie na telefonisch contact in juli 2019. Vervolgens werd het pensioen herzien en het te veel betaalde bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Svb de vaste gedragslijn inconsistent heeft toegepast. Hoewel appellante redelijkerwijs had moeten onderkennen dat zij ten onrechte een ongehuwdenpensioen ontving, is de herziening en terugvordering gematigd vanwege het verwijt aan de Svb.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beperkt de herziening over de periode van 1 juli 2019 tot 1 december 2019, waardoor de terugvordering wordt vastgesteld op € 4.220,94. Tevens wordt de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellante.