ECLI:NL:CRVB:2023:1646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij jeugdhulpvoorziening
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam over een persoonsgebonden budget voor jeugdhulp over de periode april tot juli 2019. Het college wijzigde de einddatum van de voorziening naar april 2020. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. Dit betekent dat het resultaat van het beroep daadwerkelijk bereikt moet kunnen worden en dat het belang feitelijk betekenis moet hebben. Een louter principieel of formeel belang is onvoldoende. Omdat appellant momenteel geen voorziening ontvangt en geen nieuwe aanvraag heeft ingediend, ontbreekt een actueel belang. Tevens bleek dat appellant met het beschikbare budget voldoende uren informele jeugdhulp kon inkopen.
De Raad concludeerde dat appellant geen voldoende procesbelang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.