ECLI:NL:CRVB:2023:1666

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 juni 2023
Publicatiedatum
30 augustus 2023
Zaaknummer
22/2085 AW-W
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in herzieningsprocedure sociale zekerheidsrecht

Verzoekster heeft een verzoek om wraking ingediend tegen de behandelend rechter in een herzieningsprocedure betreffende een eerdere uitspraak van de Raad. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was omdat hij geen getuigen wilde oproepen, wat volgens haar de waarheidsvinding ondermijnt.

De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen indien feiten of omstandigheden aantonen dat de rechter niet onpartijdig is. De beslissing om geen getuigen op te roepen is een procedurele beslissing en kan niet worden gebruikt als grond voor wraking, tenzij de motivering daarvan onomstotelijk wijst op vooringenomenheid.

De motivering van de afwijzing van het getuigenverzoek werd beoordeeld en geacht niet te duiden op vooringenomenheid. Verzoekster verscheen niet op de zitting, de behandelend rechter ook niet. De Raad concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wees het af. Er werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

22/2085 AW-W
Datum beslissing: 12 juni 2023
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 oktober 2013, 12/906 AW en 12/907 AW, in gedingen tussen verzoekster en de minister van Justitie en Veiligheid.
Bij brieven van 6 januari 2023, 21 maart 2023 en 16 april 2023 heeft verzoekster aan de Raad (onder meer) verzocht om voor de behandeling van haar zaak ter zitting een of meer getuigen op te roepen.
Bij brief van 3 mei 2023 is verzoekster uitgenodigd voor de behandeling ter zitting van het verzoek om herziening op 2 juni 2023 door het lid van de enkelvoudige kamer J.J.T. van den Corput (behandelend rechter).
Bij brief van 4 mei 2023 is aan verzoekster naar aanleiding van haar brieven van 6 januari 2023, 21 maart 2023 en 16 april 2023 meegedeeld dat de Raad op dit moment geen aanleiding ziet om getuigen op te roepen.
Bij brief van 10 mei 2023 heeft verzoekster verzocht om wraking van de behandelend rechter.
De behandelend rechter heeft op het wrakingsverzoek gereageerd en meegedeeld niet in de wraking te berusten.
Verzoekster heeft nadere stukken ingediend.
Verzoekster en de behandelend rechter zijn uitgenodigd om te worden gehoord ter zitting van de Raad op 5 juni 2023. Verzoekster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. De behandelend rechter heeft aangegeven niet te zullen verschijnen.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Verzoekster heeft – uitgebreid gemotiveerd, maar hier verkort weergegeven – naar voren gebracht dat de behandelend rechter volgens haar vooringenomen is omdat hij geen aanleiding heeft gezien om (de door haar voorgestelde) getuigen op te roepen, waarmee wordt meegewerkt aan ‘de ondermijning van de waarheidsvinding’ in haar zaken.
3. Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter die de zaak behandelt. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter moet verder het uitgangspunt zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende daarover bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141).
4.1.
De beslissing om (vooralsnog) geen getuige(n) op te roepen is een procedurele beslissing. Zo’n beslissing kan als zodanig nooit grond vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van een procedurele beslissing. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet indien het zou gaan om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procedurele beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. [1]
4.2.
Gelet op de in 4.1 weergegeven maatstaf, die is ontleend aan het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, [2] moet worden geoordeeld dat (de motivering van) de afwijzing van het verzoek om getuigen op te roepen – naar objectieve maatstaven – geen blijk geeft van vooringenomenheid van de behandelend rechter. Het verzoek om wraking wordt dan ook afgewezen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is gegeven door T. Dompeling als voorzitter en S.B. Smit-Colenbrander en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van F.C. Meershoek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2023.
(getekend) T. Dompeling
(getekend) F.C. Meershoek

Voetnoten

1.CRvB 26 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3746.