ECLI:NL:CRVB:2023:1705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag ondanks beroep op dringende redenen
Appellant ontving een toeslag die het UWV later herrekende en terugvorderde over de periode van oktober 2017 tot september 2020, een bedrag van €15.049,20 bruto inclusief vakantietoeslag. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen dringende redenen aannemelijk had gemaakt om geheel of gedeeltelijk van de terugvordering af te zien.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het voor hem niet duidelijk was dat hij te veel toeslag ontving omdat alle financiën via zijn bewindvoerder liepen, die niet had ingegrepen. Hij stelde dat dit een dringende reden kon zijn om van terugvordering af te zien, omdat de nieuwe schuld het WSNP-traject zou kunnen beëindigen met nadelige financiële gevolgen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht het besluit heeft bevestigd. De Raad wijst erop dat nalatigheid van de bewindvoerder voor rekening en risico van appellant komt en dat de beschermende regels van de beslagvrije voet van toepassing zijn. Het beroep wordt verworpen, de terugvordering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De terugvordering van €15.049,20 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt verworpen.