ECLI:NL:CRVB:2023:1722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellant was werkzaam als orderpicker/bijrijder en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten na een ongeval. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat er sprake was van inadequate coping, maar bracht geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de medische stukken geen nieuwe feiten bevatten die tot een ander oordeel leiden en dat de start van aanvullende behandelingen na de datum in geding valt. De Raad vond de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 4 januari 2021 stand houdt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 4 januari 2021.