ECLI:NL:CRVB:2023:1787
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van rechters in hoger beroep ambtenarenzaak
Verzoekster heeft in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam een verzoek om wraking ingediend tegen twee behandelend rechters. Zij stelde dat de rechters onvoldoende aandacht hadden besteed aan haar gronden van hoger beroep, eenzijdig haar hadden bevraagd en onvoldoende kennis hadden genomen van ingediende stukken. Ook wees zij op betrokkenheid van een rechter bij een eerdere onwelgevallige uitspraak.
De Raad overwoog dat het vermoeden van onpartijdigheid van rechters slechts kan worden doorbroken bij uitzonderlijke omstandigheden met zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. Uit het proces-verbaal bleek dat zowel verzoekster als de minister vragen waren gesteld en dat de rechters de stukken in het dossier hadden. De betrokkenheid van een rechter bij een eerdere zaak van verzoekster kon niet worden aangemerkt als grond voor wraking.
De Raad concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Er werden geen proceskosten toegekend. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 september 2023.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechters is afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.