ECLI:NL:CRVB:2023:1872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid voor toekenning IVA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 6 januari 2020 een WGA-uitkering toe te kennen in plaats van een IVA-uitkering, omdat zij meent volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV stelde dat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, onderbouwd met rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat er een reële verwachting is van verbetering van haar belastbaarheid. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat haar beperkingen duurzaam zijn en dat de verzekeringsarts onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verbetering mogelijk zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft geweigerd een IVA-uitkering toe te kennen. De verzekeringsarts heeft concreet gemotiveerd dat een substantiële verbetering van de belastbaarheid binnen het jaar na de datum in geding te verwachten is, mede omdat er nog behandelmogelijkheden waren zoals cognitieve gedragstherapie. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV-besluit dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is, blijft in stand.