ECLI:NL:CRVB:2023:1890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op WIA-besluiten uit 2006 en 2009
Appellante, voormalig leerkracht, heeft sinds 2004 psychische klachten en ontving vanaf 2006 een WIA-uitkering. Zij verzocht het UWV om terug te komen op besluiten uit 2006 en 2009, waarin haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld, omdat herbeoordelingen niet waren uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals vereist in artikel 4:6 Awb Pro en verklaarde het beroep deels gegrond wegens ondeugdelijke motivering, maar handhaafde het besluit inhoudelijk.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Er is geen medische informatie overgelegd die het niet terugkomen op de besluiten evident onredelijk maakt. Het standpunt dat in 2006 geen oordeel over duurzaamheid is gegeven, wordt verworpen omdat het rapport van oktober 2006 dit wel bevat. Het ontbreken van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek bij het besluit van 2009 leidt niet tot een onredelijke weigering.
Ook het beroep over de dwangsom wegens te late beslissing slaagt niet, omdat het UWV tijdig op het verzoek heeft beslist. De Centrale Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht niet terugkomt op de WIA-besluiten uit 2006 en 2009 wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.