ECLI:NL:CRVB:2023:1897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering goedkeuring zorgovereenkomst onder Wet langdurige zorg
Betrokkene beschikte vanaf december 2017 over een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en ontving jaarlijks een persoonsgebonden budget via het zorgkantoor. Appellante, dochter en gewaarborgde hulp van betrokkene, diende in juli en augustus 2020 een zorgovereenkomst en zorgbeschrijving in bij het zorgkantoor. Na verzoek om toelichting en mogelijkheid tot aanpassing ontving het zorgkantoor geen reactie.
Het zorgkantoor onthield op 5 oktober 2020, gehandhaafd bij besluit van 17 december 2020, de goedkeuring aan de zorgovereenkomst omdat deze niet voldeed aan de daaraan te stellen voorwaarden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met moeilijke omstandigheden in 2020.
De Raad stelde vast dat partijen het erover eens zijn dat de zorgovereenkomst niet aan de eisen voldoet, waardoor het betoog van appellante faalt. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het zorgkantoor terecht de goedkeuring aan de zorgovereenkomst heeft onthouden.