ECLI:NL:CRVB:2023:191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 2010 en hadden twee bankrekeningen die niet bij het college bekend waren. Uit onderzoek bleek dat er in de periode van november 2010 tot januari 2017 grote en frequente kasstortingen plaatsvonden die niet waren gemeld, wat leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond omdat zij de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het niet melden van de stortingen en de herkomst van het geld niet inzichtelijk maakten. Appellanten voerden onder meer een gokverslaving aan, maar konden dit niet met concrete gegevens onderbouwen.
In hoger beroep herhaalde de Raad de eerdere overwegingen en wees het beroep af. Het recht op bijstand kon niet per maand worden vastgesteld aan de hand van de stortingen vanwege de omvang en frequentie van de kasstortingen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen.