ECLI:NL:CRVB:2023:2019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening ontslagbesluit wegens verstoorde arbeidsverhouding niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoeker heeft een ontslagbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aangevochten, waarbij het ontslag wegens een diepgaande, ernstig en onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding is verleend. Na diverse eerdere procedures, waaronder een uitspraak van de Raad van 31 mei 2018 die het ontslag bevestigde en een verzoek om schadevergoeding afwees, heeft verzoeker een eerste verzoek om herziening ingediend dat op 29 september 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens onredelijke termijn.
Vervolgens diende verzoeker op 28 oktober 2022 een nieuw verzoek om herziening in, deels geformuleerd als herziening van de eerdere herzieningsuitspraak. De Raad oordeelde dat dit verzoek als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak van 31 mei 2018 moet worden beschouwd. Omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) aanvoerde en het verzoek meer dan een jaar na openbaarmaking van de uitspraak werd ingediend, werd het verzoek opnieuw als onredelijk laat en dus niet-ontvankelijk afgewezen.
Het college had verzocht om proceskostenveroordeling wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, maar de Raad zag onvoldoende aanleiding hiervoor. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J.T. van den Corput, met griffier M. Dafir, en de beslissing werd openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn van indiening.