ECLI:NL:CRVB:2023:2087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA na aanvullend medisch spreekuuronderzoek
De appellant maakte bezwaar tegen een WIA-besluit van het UWV, waarbij het medisch onderzoek in de bezwaarfase niet zorgvuldig was uitgevoerd omdat er geen fysiek spreekuurcontact had plaatsgevonden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde in een tussenuitspraak dat het UWV dit gebrek moest herstellen door een medisch spreekuuronderzoek uit te voeren.
Naar aanleiding daarvan vond op 26 juni 2023 een aanvullend spreekuuronderzoek plaats door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die tevens informatie bij de huisarts opvroeg. Het rapport van 10 juli 2023 concludeerde dat er geen aanleiding was om de belastbaarheid van appellant aan te passen, mede omdat de beperkingen medisch voldoende waren onderbouwd en er geen grote afwijkingen werden vastgesteld.
De appellant stelde dat het late spreekuuronderzoek onvoldoende was, maar de Raad verwierp dit standpunt omdat appellant niet had onderbouwd dat het tijdsverloop de zorgvuldigheid van de beoordeling belemmerde. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren en dat er geen twijfel bestond aan de medische grondslag van het besluit.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.