ECLI:NL:CRVB:2023:2101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage in vierde kwartaal 2020
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn twee dochters die in Marokko wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag voor het vierde kwartaal van 2020 afgewezen omdat appellant niet voldoende heeft aangetoond dat hij de onderhoudsbijdrage van € 866,- heeft voldaan.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de schoolfacturen, die hij als bewijs aanvoerde, daadwerkelijk heeft betaald. Appellant heeft wel € 704,- overgemaakt naar de rekening van zijn echtgenote, maar de schoolfacturen zijn contant betaald door zijn vrouw, die geen eigen inkomen heeft, en dit bedrag kan niet worden toegerekend aan appellant.
De Raad voegt hieraan toe dat appellant in het vierde kwartaal van 2020 niet in Marokko was en dus niet zelf de schoolfacturen kon betalen. Hierdoor voldoet appellant niet aan de onderhoudseis en heeft hij geen recht op kinderbijslag over het betreffende kwartaal. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de onderhoudsbijdrage heeft voldaan en heeft geen recht op kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2020.