Uitspraak
PROCESVERLOOP
18 november 2019 en 28 november 2019 heeft het Uwv de WIA-uitkering van appellant herzien en ingetrokken en het hierdoor te veel betaalde bedrag aan WIA-uitkering teruggevorderd. Appellant heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt, maar het Uwv is met een besluit van 24 april 2020 (bestreden besluit) bij de herziening, intrekking en terugvordering van de ZW-uitkering en WIA-uitkering gebleven, waardoor de conclusie is dat ook de schorsing van de WIA-uitkering op juiste gronden heeft plaatsgevonden.
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
3 oktober 2016 tot 11 oktober 2016. Als gevolg daarvan is hij niet aan te merken als verzekerde voor de werknemersverzekeringen en had hij geen recht op een ZW-uitkering. Het Uwv heeft de ZW-uitkering over de periode van 12 oktober 2016 tot en met 7 oktober 2018 daarom ingetrokken.
€ 23.819,81 bruto teruggevorderd van over de periode van 8 oktober 2018 tot en met
30 september 2019 ten onrechte ontvangen WIA-uitkering.
3 oktober 2016 tot 10 oktober 2016;
Het oordeel van de Raad
9 oktober 2016, opgesteld door [Naam B.V. 2] , komt overeen met het aantal uren van week 40 dat in de factuur van 13 oktober 2016 van [Naam B.V. 1] aan [Naam B.V. 2] wordt vermeld. Op die urenlijst is de naam van [E.] vermeld en niet van appellant. Gelet hierop, in samenhang bezien met de overige in overweging 1.9 vermelde feiten, heeft het Uwv voldoende aannemelijk gemaakt dat appellant in oktober 2016 geen arbeid heeft verricht voor [Naam B.V. 1]
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake de begrippen werknemer, werkgever, dienstbetrekking en loon.