Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de intrekking van bijstand over de periode van 1 januari 2009 tot en met 1 juni 2016. Nadat het college van burgemeester en wethouders van Lelystad besloot de intrekking van de bijstand terug te draaien en de terugvordering ongedaan te maken, trok appellant het hoger beroep in.
De Raad oordeelde dat het college op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de proceskosten moest worden veroordeeld, ondanks het verweer van het college dat appellant het vonnis van de strafrechter te laat had overgelegd. De Raad stelde dat het indienen van het hogerberoepschrift niet voorkomen had kunnen worden door eerder overleg van het strafvonnis.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met bijna vijf maanden was overschreden, wat aanleiding gaf tot een schadevergoeding van in totaal € 500,-. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van € 400,- en de Staat tot € 100,-. Daarnaast werden het college en de Staat veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het door appellant betaalde griffierecht.