ECLI:NL:CRVB:2023:2287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde huurinkomsten
Appellant ontving bijstand en verhuurde vanaf oktober 2016 een kamer voor € 400 per maand zonder dit te melden aan het college. Na onderzoek besloot het college de bijstand te herzien en € 19.669,10 terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat hij de verhuur had gemeld bij de gemeente en de Belastingdienst, dat hij kosten maakte voor de verhuur en dat terugvordering zijn financiële situatie onaanvaardbaar schaadt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden omdat hij de huurinkomsten niet aan het college meldde, dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen toezeggingen zijn gedaan, en dat het college niet eerder op de hoogte was. Kosten voor verhuur zijn verwervingskosten die niet in mindering mogen worden gebracht.
Verder zijn er geen dringende redenen aanwezig om af te zien van terugvordering. De terugvordering blijft daarom in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde huurinkomsten.